Een kerspel (ook: karspel
of kerspil) is de middelnederlandse benaming voor een
kerkgemeente of
parochie. Het kerspel maakte
als territorium van een parochie of kerkelijke gemeente van
oudsher deel uit van de kerkelijke organisatie van een bisdom.
De grenzen dateerden veelal uit de 11e of 12e eeuw. Door
bevolkingsgroei en ontginning van woeste gronden of door
splitsing werden deze grenzen gewijzigd. Na de reformatie kwam
het bij de protestants geworden parochies ook tot
grenswijzigingen. Voor de zielzorg van de parochianen alsmede
het verrichten van religieuze handelingen in de kerspel was dit
het domein van de parochiepriester of kapelaan. Omdat de grenzen
van een kerspel meestal samenvielen met die van het richterambt
of schoutambt wordt het woord kerspel ook wel eens als synoniem
voor deze gebruikt.
Vanaf de zestiende eeuw begon men het begrip kerspel steeds meer
te gebruiken om de bestuurlijke eenheid aan te geven die vanaf
de
Bataafse Revolutie
1795 de burgerlijke
gemeente zou gaan vormen. Soms
zijn bij de vorming van de gemeenten kerspelen samengevoegd tot
een gemeente.
In geografische namen is het begrip veelvuldig aanwezig. Zo was
het gebied rond de stad
Zwolle tot 1967 een
zelfstandige gemeente onder de naam
Zwollerkerspel en bestond tot
1966 ten zuiden van
Weesp de gemeente
Weesperkarspel. Ook de namen
van de gemeentes
Achtkarspelen (Friesland)
en
Harenkarspel (Noord-Holland)
en de Noord-Hollandse plaatsen
Bovenkarspel,
Hoogkarspel,
Oudkarspel en
Sijbekarspel verwijzen nog naar
de kerkelijke geschiedenis. Soms ook valt een kerspel onder de
parochie van een plaats terwijl het gelegen is in een andere
gemeente. Zo was
Kerspel Goor een onderdeel van
de gemeente
Markelo maar vielen de
gelovigen onder de parochie van
Goor.
Streekaanduidingen voor het gebied dat samenviel met het kerspel
of dat het niveau boven of onder het kerspel vormde:
Ambacht,
(boer)marke,
buurschap of boerschap, grietenij,
kluft,
schultambt/schoutambt.
